After Brexit

27 June 2016 9:08am
Brexit gevolgen

Wat betekent de Brexit voor de aanpak van het Verenigd Koninkrijk van financiële criminaliteit?
 
Het Verenigd Koninkrijk stapt uit de Europese Unie, nu 51,9% van de kiezers op 23 juni voor een Brexit heeft gestemd. Premier David Cameron heeft al aangekondigd dat hij het leiderschap in oktober zal overdragen. Leiders in elke sector moeten nu nadenken over de impact op hun terrein en financiële criminaliteit en wetgeving vormen hierop geen uitzondering. Maar gezien het hoge politieke gehalte van het debat, is het gemakkelijk om feiten uit het oog te verliezen. In dit artikel wordt daarom ingegaan op hoe de uitslag gevolgen kan hebben voor het vermogen van het Verenigd Koninkrijk om financiële criminaliteit op te sporen en te bestrijden: bestrijden van witwassen, anti-omkoping, anticorruptie en sancties.
 
Bestrijden van witwassen
 
De vierde witwasrichtlijn (4MLD) van de EU treedt in juni 2017 in werking. Dit zou kunnen leiden tot zorgen over het Verenigd Koninkrijk, dat na de Brexit, geen deel zal uitmaken van deze poging om het mensen moeilijker te maken om onwettige opbrengsten via banken en andere gereguleerde instanties wit te wassen. De richtlijn gaat nader in op de op risico gebaseerde aanpak, met name voor situaties waar een vereenvoudigde due diligence kan worden toegepast en eist dat gereguleerde instanties meer informatie inwinnen over het geld dat zij beheren.
 
Maar de 4MLD komt voort uit de laatste aanbevelingen van de Financial Action Task Force (FATF), een intergouvernementeel orgaan dat beleidslijnen ontwikkelt en bevordert om witwassen en financiering van terrorisme te bestrijden. Het Verenigd Koninkrijk, de meeste lidstaten van de EU en ook de Europese Commissie zijn lid van de FATF en daarmee gebonden door de regelgeving voor het bestrijden van witwassen. Het Verenigd Koninkrijk moet zich dus nog steeds houden aan de vereisten van de FATF, of het nu deel uitmaakt van de EU of niet.
 
Het Verenigd Koninkrijk loopt met antiwitwaswetgeving zelfs vaak voorop ten opzichte van Europa. In veel gevallen heeft het de EU-wetgeving van een 'gouden randje' voorzien. Zo heeft het bijvoorbeeld een 'aanpak van alle misdrijven' aangenomen binnen de antiwitwasregelgeving en geldt er dus geen de minimis drempelbedrag voor strafbare feiten.
 
Het Verenigd Koninkrijk heeft al maatregelen geïmplementeerd om inzichtelijker te maken wie de uiteindelijke gerechtigden zijn van bedrijven. Tijdens de anticorruptietop in mei 2016 bleek dat Groot-Brittannië niet alleen bereid is om koploper te zijn met het opzetten van een openbaar register van economisch eigendom, maar ook andere landen stimuleert om hun eigen register aan te leggen. EU-lidstaten Frankrijk en Nederland hebben toegezegd om zelf een register op te zetten. Nu moet elke buitenlandse onderneming, die vastgoed in het Verenigd Koninkrijk wil kopen of wil inschrijven op overheidscontracten, openbaar maken wie haar uiteindelijke gerechtigde is. Patrick Moulette, hoofd van de anticorruptiedivisie van de OESO, noemt dit een ''belangrijke stap in de goede richting''. Het ziet ernaar uit dat het Verenigd Koninkrijk de wetgeving en de politieke intentie heeft om witwassen te bestrijden, ongeacht of het land nu wel of niet deel uitmaakt van de EU.
 
Anti-omkoping en anticorruptie
 
De EU zet zich in voor het faciliteren van het delen van informatie tussen haar lidstaten. Nu Groot-Brittannië geen deel meer uitmaakt van de EU, bestaat de angst dat het geen informatie meer krijgt over vermeende omkoping en corruptie binnen de EU, wat het voor de instanties in het Verenigd Koninkrijk moeilijker maakt om corruptie op te sporen en daartegen actie te ondernemen. Zoals Andrew Simms van de denktank New Weather Institute in januari 2016 schreef in de Financial Times vergen oplossingen voor financiële criminaliteit ''internationaal collectieve actie, wat ernstig ondermijnd kan worden door een Brexit uit de EU.''
 
Maar het is onduidelijk wat de EU ermee opschiet als ze het Verenigd Koninkrijk zou uitsluiten van het proces van uitwisselen van informatie, aangezien Europese landen ook profiteren van de bereidheid van het Verenigd Koninkrijk om informatie te verstrekken. Er is al een precedent waarbij het Verenigd Koninkrijk informatie deelt met landen die geen deel uitmaken van de EU. Zo werken overheden in de VS, het Verenigd Koninkrijk en Australië samen bij onderzoek naar bedrijven en particulieren die worden beschuldigd van betrokkenheid bij het verduisteren van miljarden dollars aan overheidscontracten in het Midden-Oosten en Afrika door Unaoil.  Daarnaast heeft het Verenigd Koninkrijk tijdens de anticorruptietop in mei 2016 bekend gemaakt dat het een nieuw internationaal anticorruptie-coördinatiecentrum in Londen zal vestigen met handhavingsdiensten in de VS, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland en Zwitserland voor grensoverschrijdend onderzoek. De wereldwijde trend bij handhaving is dat landen informatie met elkaar delen en niet voor elkaar achterhouden.
 
Het Verenigd Koninkrijk heeft ook een van de strengste anti-omkoopwetten ter wereld: de Bribery Act van 2010. De wet komt voort uit de anticorruptieconventie van de OESO in 1997 en blijft onverminderd van kracht als het Verenigd Koninkrijk niet langer onder EU-wetgeving valt. De ngo Transparency International omschrijft de wet als ''internationaal een van de meest strikte wetgevingen tegen omkoping'', dus het lijkt onwaarschijnlijk dat een Groot-Brittannië buiten de EU minder zwaar zal tillen aan omkoping en corruptie.
 
Sancties en politiek prominente personen
 
Wat wel voor de hand ligt, is dat het Verenigd Koninkrijk en Europa na de Brexit voor financiële criminaliteit verschillende strategieën zouden kunnen ontwikkelen voor beheersingsmaatregelingen op het gebied van export en sancties. Alhoewel verschillende landen vaak samenwerken om sancties op te leggen voor het zakendoen met bedrijven, die actief zijn in een bepaald land, kunnen de voorwaarden van deze sancties heel verschillend zijn. Recent heeft de EU haar sancties tegen Iran versoepeld, terwijl de sancties van de VS strenger blijven. Dit betekent dat bedrijven in de EU hun relaties met bedrijven in Iran aan het verdiepen zijn, terwijl voor de meeste bedrijven in de VS Iran nog buiten beeld is.
 
Beleidmakers in het Verenigd Koninkrijk hebben in het verleden uitzonderingen gemaakt voor politiek prominente personen. De financiële dienstverleningswet in het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld, sluit Britse politiek prominente personen zoals parlementsleden uit van verscherpte due diligence-controles op witwassen. Dit duidt op een afwijking van EU-beleid, aangezien dit tegen de bepalingen in de vierde EU-richtlijn is, die een meer omvattende definitie van 'politiek prominent persoon' vereist. Deze afwijking zou kunnen worden uitvergroot als het Verenigd Koninkrijk niet langer onderworpen is aan EU-recht.
 
Maar er is geen bewijs dat het Verenigd Koninkrijk een drastisch andere aanpak van sancties tegenover politiek prominente personen zou volgen dan de EU. Bovendien vloeit veel beleid over sancties voort uit VN-resoluties, waaraan het Verenigd Koninkrijk nog steeds is gebonden ongeacht zijn Europese status.
 
Financiering van terrorisme
 
De wetten van het Verenigd Koninkrijk over de financiering van terrorisme vallen onder de resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (VN). Het Verenigd Koninkrijk heeft andere internationale verdragen die betrekking hebben op terrorisme, ondertekend, waaronder het Verdrag van Wenen, het Verdrag van Palermo, het VN-verdrag tegen corruptie en het VN-verdrag ter bestrijding (van de financiering) van terrorisme, dus de Britse wet is gebonden door deze vereisten. De VN is niet de enige intergouvernementele organisatie die zich sterk inzet voor het opsporen van geld waarmee terrorisme wordt gefinancierd. De FATF ontwikkelt ook beleidslijnen op dit gebied waaraan het Verenigd Koninkrijk en de meeste EU-lidstaten zijn gebonden, ongeacht de relatie van het Verenigd Koninkrijk met Europa.
 
Wanneer het Verenigd Koninkrijk de Wet op de Europese Gemeenschappen uit 1972 intrekt, moeten er nieuwe wetten worden aangenomen om de wetgevende leemtes op te vullen die er dan ontstaan. Hierdoor zal een aantal mensen zich zorgen maken dat het Verenigd Koninkrijk een tijd lang op het gebied van wetgeving stagneert en op sommige vlakken geen actie kan ondernemen. Maar volgens de Britse wetgeving kunnen de overheden bij een terroristische dreiging financiële sancties instellen en beheersingsmaatregelen voorschrijven voor export en andere zaken. Er zou dus geen lacune moeten zijn waarin het Verenigd Koninkrijk minder bevoegdheden heeft voor vermeende in- en uitstroom van geld met betrekking tot terrorisme.
 
Een onzekere toekomst
 
Aangezien bij het referendum de meningen van rivaliserende politici zo sterk uiteenliepen, kan het lastig zijn om te achterhalen welk effect Brexit nu feitelijk zal hebben op het vermogen van het Verenigd Koninkrijk om op te treden tegen financiële criminaliteit. Sterker nog, veel details van hoe een 'Brexit' er in de praktijk uit gaat zien, zullen pas duidelijk worden als de onderhandelingen met de EU achter de rug zijn.
 
Maar alhoewel er specifieke EU-beleidslijnen zijn tegen financiële criminaliteit, vallen deze veelal onder of komen voort uit intergouvernementele beleidslijnen, bijvoorbeeld van de VN, de FATF en de OESO. Deze intergouvernementele beleidslijnen blijven van toepassing op het Verenigd Koninkrijk. Het Verenigd Koninkrijk heeft ook zijn eigen wetten tegen financiële criminaliteit en die lopen vaak voor op die van Europa. David Cameron heeft met het organiseren van de anticorruptietop in Londen in mei 2016 het Verenigd Koninkrijk gepositioneerd als voorvechter in de strijd tegen financiële criminaliteit.

Professor Dan Hough, directeur van het anticorruptiecentrum van de Universiteit van Sussex, zei voorafgaand aan de uitslag op 23 juni: ''Net zoals zoveel zaken die te maken hebben met het Brexit-debat, is de impact van 'Vertrekken' op deze terreinen gehuld in onzekerheid.  Aan de ene kant bieden EU-instellingen (van allerlei soort) een praktisch platform voor onofficiële samenwerking en coördinatie.  Vertegenwoordigers van het Verenigd Koninkrijk kunnen veel zaken met EU-collega's 'buiten de agenda om' bespreken en dat doen ze ook, maar als het Verenigd Koninkrijk uit Europa stapt, heeft het onvermijdelijk minder mogelijkheden om dit te doen.

Er is echter geen reden om aan te nemen dat met name veiligheidsdiensten niet meer zullen samenwerken op dezelfde manier zoals ze dat in het verleden hebben gedaan. Veel contacten daar zijn bilateraal en
thematisch en er is veel voor te zeggen dat deze relaties op dezelfde manier doorgang zullen vinden, wat de Brexit-uitslag ook zal zijn.''

Nu het Verenigd Koninkrijk heeft gestemd om uit de Europese Unie te stappen, zal het nog steeds enige tijd duren voordat we weten wat het effect van die beslissing zal zijn. Artikel 50 van het Verdrag van Lissabon voorziet in een onderhandelingsproces van twee jaar tussen het Verenigd Koninkrijk en andere lidstaten en tijdens deze periode zullen de voorwaarden van het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de EU worden bepaald. Tot die tijd valt het Verenigd Koninkrijk nog steeds onder de wetgeving van de EU. De premier heeft, bij zijn aankondiging dat hij in oktober aftreedt, gezegd dat het aan zijn opvolger is om zich te beroepen op artikel 50, maar Boris Johnson, voorman van het Vertrek-kamp, heeft gezegd dat ''er niets verandert op korte termijn''. Er zullen dus geen onmiddellijke veranderingen zijn in de juridische status van het Verenigd Koninkrijk in Europa. Maar wat ook de uitkomst van deze onderhandelingen zal zijn, het lijkt onwaarschijnlijk dat Brexit een groots direct effect zal hebben op het vermogen van het Verenigd Koninkrijk om financiële criminaliteit te bestrijden.

Neem contact met ons op
Telefoonnummer: 020 485 3456
Meer weten over LexisNexis?
  • WIlt u persoonlijk advies? Vul dan het contactformulier in!
  • Schrijf u in voor onze nieuwsbrief 
  • Volg ons op LinkedIn of Twitter 
  • Ga naar Nieuws en Blogs
    voor interessante artikelen, whitepapers en het laatste nieuws